In een notendop

De tuinen van Bouvigne met op de achtergrond het kasteel
Het Bredase kasteel Bouvigne is sinds 1973 in het bezit van het waterschap. Het is onmogelijk te zeggen hoe oud het kasteel precies is en of het er vroeger hetzelfde uit zag als nu. In 1554 duikt het voor het eerst op in een officiële akte: het testament van de vroegere eigenaar Jacob van Brecht. In dit testament is het kasteel omschreven als een statig stenen huis omgeven met grachten.

Het kasteel is in de loop der tijd uitgebreid. Het begon met het stenen huis, waarop later de eerste verdieping van de toren is gebouwd (tussen 1554 en 1611). In de drie jaar daarna zijn er nog enkele andere verbouwingen gedaan en is de toren verhoogd met een tweede verdieping. Het resultaat is het kasteel zoals wij het kennen. 

Van Boeverijen naar Bouvigne

Het landgoed heette niet altijd 'Bouvigne'. Tot 1802 werd de naam 'Boeverijen' gebruikt. Volgens sommige historici is dit een verbastering van het Latijnse woord 'boveria', dat lage weide, broek of donk betekent. Anderen brengen het in verband met het geslacht Van der Boverien dat in de veertiende eeuw in Breda leefde. De naam Bouvigne dook voor het eerst op in een koopakte. Waarschijnlijk heeft de toenmalige eigenaar Ruysch de naam verfranst, naar de mode van die tijd.

Prinsen van Oranje

De familie Van Brecht is vermoedelijk de eerste eigenaar van het kasteel; zij zijn eerstgenoemde op een ingemetselde tegel (1494). Ze gebruikten het kasteel als zomerresidentie, en in de wat koudere jaargetijden trokken ze naar de stad.
In 1611 werd Jan Baptist Keermans de nieuwe eigenaar. Hij heeft veel aan het kasteel verbouwd, maar er niet lang plezier van gehad. Al in 1614 kwam het landgoed in andere handen: die van de prinsen van Oranje.
De Oranjes toonden nooit veel belangstelling voor Bouvigne; ze lieten er hun rentmeesters wonen. Het kasteel werd slecht onderhouden en bedreigd met sloop. De plaatselijke bevolking heeft dit in 1774 gelukkig weten te verijdelen. Dit weerhield Prins Willem V er echter niet van om het kasteel in 1775 van de hand te doen.

Thuisbasis voor vormingswerk

Gedurende de anderhalve eeuw die volgde, wisselde Bouvigne vaak van eigenaar. In 1930 kocht de gemeente Ginneken en Bavel het aan. Hiermee werd het plan van de heer Zoetmulder gedwarsboomd, de toenmalige eigenaar. Hij wilde op de gronden van Bouvigne winstgevende villa's bouwen waarvoor het kasteel zou moeten wijken.

De gemeente verhuurde het kasteel vervolgens aan de Pius X-stichting. Onder de bezielende leiding van Mgr. F. Frencken speelde Bouvigne tussen 1930 en 1970 een belangrijke rol in het vormingswerk van Noord-Brabant.

Waterschap Brabantse Delta trotse eigenaar

Na een grenswijziging in 1942, komt het landgoed in het bezit van de gemeente Breda. Nadat de catechisten het kasteel in 1971 verlaten hebben, verkoopt de gemeente het een jaar later aan het waterschap. Sindsdien is waterschap Brabantse Delta, in die tijd nog waterschap West-Brabant, de trotse eigenaar van Bouvigne.

In de loop der tijd zijn we steeds meer te weten gekomen over de rijke historie van Bouvigne. Wie waren de eigenaren, hoe heeft het kasteel zijn huidige uiterlijk gekregen? In opdracht van het waterschap en met medewerking van de Rijksdienst voor Monumentenzorg, heeft Bouvigne in 1975-1977 zijn - tot nu toe - laatste restauratie gehad.