Koetshuis

poortgebouw, Neerhuis en koetshuis

Bij de volledige uitbouw van het kasteel rond 1612 moet ook het Neerhuis zijn ontstaan. De tekening van C. Pronk uit 1729 toont ons een poortgebouw met hoge doorgang, versierd met een natuurstenen omlijsting en gedekt door een tentdak met peervormige bekroning. Boven de poortdoorgang bevond zich een kamertje, waarin toen de huisknecht van de rentmeester woonde.

Het Neerhuis naast de poort had in 1634 een grote keuken met voorhuis, een kelder met bornput, twee kamers met schoorsteen en een kamer zonder schouw. Het met leien gedekt lager bouwdeel is vermoedelijk de stal geweest. Daarin was plaats voor ongeveer 16 paarden. Beide gebouwen waren vervallen en zijn in 1773 gesloopt.

Het 17e eeuwse poortgebouw is later vervangen door een houten poort met fronton. Ook het Neerhuis is opnieuw opgebouwd met twee verdiepingen, waarin een keuken, kelder en ruime zolder. Verder kwam er een stal voor acht paarden met hooizolder en een nieuwe houten schuur.

In 1907 renoveerde Leopold de Bruyn de voormalige voorburcht. Hij liet het poortgebouw, het Neerhuis en de stallen voorzien van trapgeveltjes en luiken in Renaissancestijl. Later heeft het waterschap het Neerhuis (tuinmanswoning) gerenoveerd en van de stallen met koetshuis een kantine gemaakt. In 2010 is van de kantine een brasserie gemaakt voor de medewerkers van het Waterschap en in het Neerhuis woont de beheerder van landgoed Bouvigne.